Kroniek van een overloper

Die te Amsterdam vaak zei ‘Jeruzalem’
En naar Jeruzalem gedreven kwam
Hij zegt met een mijmrende stem: ‘Amsterdam, Amsterdam
(Jacob Israël de Haan)

Het dorp B waar wij nu wonen ligt hemelsbreed zo’n 25 kilometer van de hoofdstad. ‘’Een afstand van niks’’, dachten wij toen wij ons hier vestigden. Wij zijn, naast schrijver dezes, mijn echtgenote en onze kinderen, een jongen van 11 en meisje van 8 jaar. Bovendien heeft onze nieuwe bestemming een goed openbaar vervoer richting hoofdstad, in het nabijgelegen dorp H is een treinstation dat ons binnen 20 minuten naar het Centraal brengt. “Er verandert dus helemaal niets’’, zei ik optimistisch tegen mijn familie en vrienden, ‘’naar IJburg ben je langer onderweg.’’Mijn familie dacht daar anders over. Mijn bejaarde moeder, een verwoed bewoonster van de stad, trok bij het bekendmaken van onze overstap klagerige vergelijkingen met een emigratie naar het andere eind van de wereld. Mijn napuberende neven, twee keurige lefgozertjes uit Amsterdam Oost, vonden dat je het niet kan maken om je kinderen te laten opgroeien in een dorp. ‘’En dat moeten wij ze natuurlijk weer opvangen wanneer ze 18 worden en dan zijn ze waarschijnlijk totaal wereldvreemd’’, zeiden ze. De reden voor onze verhuizing was eenvoudig, ik had gesolliciteerd naar een baan in de provinciehoofdstad en had deze uiteindelijk gekregen. Vanuit ons nieuwe huis is het 20 minuten fietsen naar mijn nieuwe werkplek, dwars door de natuur. Bovendien kregen wij de beschikking van in mijn ogen enorme tuin. Ik had nog nooit een tuin gehad met echte aarde en heimelijk verlangde ik naar eigen geteelde boontjes en aardbeien. Ook hadden mijn echtgenote en ik het idee gevat dat onze kinderen ‘’buitenkinderen’’ waren omdat mijn zoon in het Oosterpark zich altijd in de bosjes ophield en takken afrukte van de jonge aanplant.

Ons nieuwe huis ligt vlakbij de duinen en het strand. Wij hadden al een zeer romantische voorstelling van nazomerse avonden op het strand, compleet met picknickmand. Wij wonen nu 6 jaar in het dorp en een aantal zaken zijn echt wel uitgekomen. Mijn zoon loopt wel eens, wanneer hij niet achter zijn pc zit, door het bos achter ons huis en zeker twee keer per jaar pakken wij de fiets richting duinen, inderdaad met picknickmand. Waar wij echter totaal niet aan hebben gedacht was dat ons dorp een compleet ander DNA heeft dan Amsterdam. In onze naïviteit hadden wij het vermoeden dat de bewoners allen overlopers waren uit de grotere steden. En ik was er van overtuigd dat mijn zorgvuldig omgebouwde Amsterdams imago compleet kon landen in onze dorpse omgeving, want wat is godsnaam 25 kilometer? In mijn Kroniek van een overloper tracht ik een beeld te geven van een dorp ten opzichte van een stad. Het zijn geen grote merkbare verschillen, we spreken hier bijvoorbeeld allemaal Nederlands. Het verschil zit vooral in de details. En na 6 jaar realiseer ik mij ook dat ik meer Amsterdammer ben dan ik ooit heb gedacht.

Nog geen reacties.

Geef een reactie